
Vlaams Parlementslid

OPINIE - Vlaanderen is altijd 'open for business'
In een wereld waar geopolitieke spanningen en economische onzekerheden toenemen, is vrijhandel voor Vlaanderen geen luxe, maar een noodzaak. De opkomst van China als economische grootmacht, de Russische invasie in Oekraïne en de hernieuwde protectionistische koers van president Trump bepalen de globale markt. Net in die context heeft Vlaanderen meer handel nodig, niet minder. Toch horen we veel protest tegen nieuwe handelsakkoorden. Die paradox vat perfect samen waar Vlaanderen vandaag staat: we leven van internationale handel, maar durven er niet voluit voor kiezen. Het wordt tijd om voorbij de emotie en het activistische doemdenken te kijken en ons te richten op de cijfers en feiten.
Vrijhandel is geen abstracte economische theorie; het is de levenslijn van onze welvaart. Vlaanderen is een van de meest open economieën ter wereld, en export is de motor van onze jobs en groei. Eén op de drie Vlaamse jobs hangt direct samen met export. Toch worden handelsakkoorden vaak weggezet als bedreigingen, terwijl ze net kansen creëren. De realiteit is duidelijk: als Vlaanderen wil blijven floreren, moet het niet minder, maar méér inzetten op vrijhandel.
Toch zien we keer op keer dezelfde reflex: angst, misinformatie en politieke spelletjes die noodzakelijke handelsakkoorden vertragen of blokkeren. Terwijl andere handelsblokken alles in het werk stellen om hun markten te connecteren en strategische handelsrelaties op te bouwen, blijven wij gevangen in een verlammend debat. Actiegroepen schilderen vrijhandel af als een gevaar voor jobs en duurzaamheid, maar vergeten te vermelden dat Europese handelsverdragen de strengste milieu- en arbeidsnormen ter wereld bevatten. In plaats van ons blind te staren op doemscenario’s, moeten we de feiten onder ogen zien: handel creëert welvaart, opent markten en versterkt onze concurrentiepositie.
Recente handelsakkoorden tussen de EU en derde landen tonen dit overduidelijk aan. Tussen 2018 en 2023 steeg de Vlaamse export met 31,95%, terwijl de import met 36,03% groeide. De handel met Vietnam nam bijvoorbeeld toe met 15,44%, en Vlaanderen was goed voor 22,2% van de totale Europese exportgroei naar dat land. Ook in Japan was Vlaanderen koploper binnen de EU, met 26,7% van de extra Europese uitvoer. De cijfers spreken voor zich: Vlaanderen heeft als open economie het meeste te winnen bij deze akkoorden.
Vrijhandel betekent niet alleen economische groei, maar ook voordelen voor de consument. Meer handel leidt tot een ruimer aanbod, scherpere prijzen en een grotere keuzevrijheid. Toch winnen niet alle sectoren evenveel. Terwijl de meeste industrieën profiteren van vrijhandelsakkoorden, zijn er altijd sectoren die minder goed presteren. Vlaanderen moet deze sectoren ondersteunen en hun kansen op buitenlandse markten vergroten.
En dat betekent – inderdaad – net meer handelsakkoorden. Ook een betere monitoring kan helpen. We weten nog niet altijd welke Vlaamse bedrijven voordeel halen uit deze akkoorden en hoe onze kmo’s ermee omgaan. Veel bedrijven benutten de voordelen van vrijhandelsakkoorden onvoldoende, vaak door een gebrek aan kennis of door administratieve rompslomp. We moeten bedrijven beter informeren en ervoor zorgen dat ze gebruik maken van de preferentiële markttoegang die deze akkoorden bieden. Minder papierwerk en eenvoudigere procedures kunnen hier een groot verschil maken.
Vrijhandel wordt vaak geassocieerd met sociale en ecologische risico’s, maar ook hier zijn de feiten anders dan de angstbeelden die worden opgehangen. Europese handelsakkoorden bevatten strikte bepalingen over milieu- en arbeidsstandaarden, waardoor de EU haar invloed aanwendt om wereldwijd hogere normen af te dwingen. De non-regressieclausules in deze verdragen garanderen dat geen enkele partij haar milieu- of arbeidsstandaarden verlaagt om handel te stimuleren. Kortom, vrijhandel leidt niet tot uitbuiting, maar integendeel tot internationale normverhoging.
En dan zijn er nog de politieke blokkades. Vlaanderen wil vooruit, maar wordt geremd door Belgische structuren. Terwijl Vlaanderen handelsakkoorden steunt, worden ze door Wallonië, Brussel en de Franse Gemeenschap geblokkeerd. Dat is niet alleen frustrerend, maar ronduit schadelijk. Hoe kunnen we als handelsnatie geloofwaardig blijven als we zelf onze akkoorden saboteren? De Europese Unie moet toekomstige handelsverdragen daarom opsplitsen in afzonderlijke handels- en investeringsluiken, zodat Vlaanderen sneller vooruit kan.
Vrijhandel is geen naïeve keuze, het is pure noodzaak. In een wereld waarin protectionisme en geopolitieke spanningen toenemen, kunnen we het ons niet permitteren om aan de zijlijn te blijven staan. Terwijl China en de VS steeds agressiever hun handelsbelangen verdedigen, moeten wij als kleine, open economie strategisch en doortastend handelen. Vlaanderen moet de luidste stem zijn in het Europese vrijhandelsdebat, niet een terughoudende toeschouwer.
De oplossing is helder: meer handelsakkoorden, minder politieke obstructie, en een overheid die bedrijven actief helpt om hun kansen te benutten. Vlaanderen is ‘open for business’. Laten we daar dan ook naar handelen.
